Direct naar inhoud
Fietsersbond Haagse regio

Fietsbeleid in Haagse verkiezingsprogramma’s 2026: overeenkomsten en verschillen

Gepubliceerd op:

De Haagse verkiezingsprogramma’s laten zien dat de fiets bij vrijwel alle partijen een rol speelt in het mobiliteitsbeleid. Tegelijkertijd verschillen partijen duidelijk in de prioriteit die zij aan de fiets geven en in de vraag of dit ten koste mag gaan van de auto.

Een eerste overeenkomst is dat vrijwel alle partijen investeren in fietsinfrastructuur. Partijen als D66, PvdD, GL-PvdA en de Haagse Stadspartij willen meer vrijliggende fietspaden en een uitbreiding van het fietsnetwerk. Ook andere partijen noemen betere en veiligere fietspaden als doel. Daarnaast is er brede aandacht voor verkeersveiligheid. Veel partijen willen gevaarlijke kruispunten aanpakken, oversteekplaatsen verbeteren en onveilige verkeerssituaties oplossen. Volt wil een 8-jarigen toets invoeren waarbij elk mobiliteitsproject wordt getoetst of een kind van 8 jaar er veilig zelfstandig gebruik van kan maken. Zowel progressieve partijen als meer auto-georiënteerde partijen benadrukken dat de fietsveiligheid beter moet.

GL-PvdA benadert fietsveiligheid breed en kijkt ook naar sociale veiligheid. De partij wil ongure plekken en slechte verlichte fietsroutes aanpakken, met nadrukkelijk aandacht voor de veiligheid van vrouwen. CDA wil een sociaal actieprogramma veilig over straat, waarbij onveilige plekken zoals de Haagse stations worden aangepakt.

Ook fietsparkeren is een onderwerp waar meerdere partijen aandacht aan besteden. D66, PvdD, GL-PvdA, CDA, SP en de Haagse Stadspartij pleiten voor meer stallingen en betere voorzieningen bij drukke plekken en stations. Waarbij GL-PvdA specifiek benadrukt dat er meer fietsparkeerplekken moeten komen die geschikt zijn voor elektrische fietsen en fietsen met een afwijkend formaat. Volt wil het aantal parkeervergunningen verminderen en de parkeerplekken herinrichten tot onder andere groen, speelruimte, ontmoetingsplekken en meer fietsparkeerplekken. SP wil meer kleinschalige en veilige stallingsmogelijkheden voor fietsen in woonwijken en CU/SGP benoemt specifiek dat er meer fietsnietjes moeten komen. De VVD noemt vooral het organiseren van fietsparkeerplekken bij winkelgebieden om overlast op stoepen te verminderen. Daarmee erkennen vrijwel alle partijen dat de groei van het fietsgebruik ook extra ruimte voor fietsparkeren vraagt. Hart voor Den Haag (HvDH) kenmerkt zich hier door zich voornamelijk uit te spreken voor meer autoparkeren.

Hoewel de basismaatregelen vaak vergelijkbaar zijn, lopen de visies sterk uiteen als het gaat om de prioriteit van de fiets in de stad. D66, GL-PvdA, PvdD, Volt en de Haagse Stadspartij positioneren de fiets nadrukkelijk als centrale modaliteit. Zij willen de stad sterker inrichten voor fietsers en voetgangers en zien de fiets als een belangrijk alternatief voor de auto. In deze programma’s wordt vaker gesproken over autoluwe straten, 30-kilometerzones en het verschuiven van ruimte van auto naar fiets. Volt noemt hierbij specifiek de 15-minuten stad, waarbij de publieke ruimte zo wordt ingericht dat alle dagelijkse behoeften binnen 15 minuten lopen of fietsen zijn. Maar ook CU/SGP wil dat alles op de fiets bereikbaar moet zijn en wil 1 keer per jaar een autovrije dag organiseren. 

Andere partijen leggen minder nadruk op zo’n verschuiving. De VVD kiest expliciet voor een zogenoemd “EN-EN-EN-EN-EN-beleid”, waarin lopen, fietsen, openbaar vervoer, deelmobiliteit en auto gelijk behandeld worden. CDA wil betere doorstroming van fietsers, met voorrangspaden en verkeerslichten, maar dat mag niet ten koste gaan van de auto. Ook partijen zoals Hart voor Den Haag en DENK benadrukken dat vooral de auto een belangrijke rol blijft spelen in de bereikbaarheid van de stad. In deze programma’s ligt de nadruk minder op het uitbreiden van fietsinfrastructuur en meer op verkeersveiligheid en bereikbaarheid. De vraag is echter of het realistisch is om de positie van de fiets en auto tegelijk te versterken. De ervaring leert dat hier vaak de ruimte niet voor is en de fiets dan het onderspit delft. 

Een belangrijk verschil tussen de partijen zit dus in de vraag of fietsbeleid ten koste mag gaan van de auto. De Haagse Stadspartij stelt expliciet dat de stad meer moet worden ingericht voor mensen in plaats van auto’s en dat parkeerplaatsen soms kunnen verdwijnen voor groen of fietsruimte. Zo wil PvdD vervuilend verkeer ontmoedigen en ruim baan voor voetgangers en fietsers en meer leefstraten en fietsstraten waar voetgangers en fietsers voorrang hebben op gemotoriseerd verkeer. Ook D66 wil vaker autoluwe straten en een verschuiving van ruimte naar fietsers en voetgangers. Aan de andere kant beschermen partijen als de VVD, HvDH en DENK juist het autoparkeren en autoinfrastructuur. Zij stellen dat parkeerplaatsen pas mogen verdwijnen als er alternatieve capaciteit is en benadrukken dat de auto onderdeel blijft van de mobiliteitsmix, wat de ruimte voor de fiets niet ten goede komt

Naast deze ruimtelijke keuzes verschillen partijen ook in de manier waarop zij fietsbeleid koppelen aan andere doelen. Progressieve partijen verbinden fietsgebruik vaak aan klimaatbeleid, gezondheid en leefbaarheid. De fiets wordt gezien als een duurzaam alternatief voor korte autoritten. Andere partijen benaderen de fiets vooral vanuit verkeersveiligheid en praktische bereikbaarheid. In die programma’s is de fiets belangrijk, maar niet per se leidend in de mobiliteitsvisie.

Tot slot noemen sommige partijen aanvullende maatregelen die andere partijen nauwelijks bespreken. Zo pleit de Haagse Stadspartij voor gratis deelfietsen en een fietsregeling voor mensen met een Ooievaarspas. D66 noemt buurtvoorzieningen zoals fietsreparatieplekken. Andere partijen blijven meer algemeen en beperken zich tot infrastructuur en verkeersveiligheid.

Uit de analyse blijkt weliswaar dat HvDH, VVD en DENK minder fietsgezind zijn, maar dat de absolute bodem wordt gevonden bij partijen als FVD en PVV die de fiets afwijzen, stellen dat mobiliteitskeuzes vooral niet ideologisch mogen zijn – of zelfs geen lokaal programma hebben (FVD).  

Samenvattend laten de Haagse verkiezingsprogramma’s zien dat er brede consensus bestaat over het belang van de fiets en de noodzaak om fietsinfrastructuur en veiligheid te verbeteren. Het belangrijkste verschil tussen partijen zit echter in de mate waarin de fiets prioriteit krijgt boven de auto. Voor partijen als D66, GL-PvdA, PvdD, Volt en de Haagse Stadspartij is de fiets een centrale bouwsteen van de stad van de toekomst, CDA, ChristenUnie/SGP en SP zien de fiets als een belangrijk vervoermiddel, maar geven de auto prioriteit terwijl partijen zoals de VVD, DENK, Hart voor Den Haag de fiets slechts zien als één van meerdere vervoersopties binnen een breder mobiliteitsbeleid. Het is echter maar de vraag of fietscomfort en fietsveiligheid daar voldoende mee is gediend.

Foto “30km/u actie” door DigiDaan

Deel deze pagina

Een lijst met artikelen